H.A.A.R.P

High Frequency Active Auroral Research Program

Het High Frequency Active Auroral Research Program (HAARP) is een Amerikaans militair en civiel onderzoeksinstituut in Alaska, dat onderzoek doet naar de ionosfeer. Dit onderzoek richt zich onder andere op hoogfrequente elektromagnetische (be)straling van de ionosfeer, waardoor deze lokaal tijdelijk wordt vervormd. Andere onderzoeksgebieden zijn inzicht verkrijgen op het gebied van radiogolven, communicatie en navigatie.[1] In verschillende andere landen staan soortgelijke installaties, waaronder Noorwegen en Rusland.

Het project is gestart in 1993, en zal 20 jaar duren. Het project wordt gezamenlijk gefinancierd door de United States Air Force, de United States Navy, de Universiteit van Alaska en Defense Advanced Research Projects Agency[2] (DARPA).

Het onderzoeksterrein van HAARP bevindt zich net ten westen van het Wrangell-St. Elias nationaal park, op de locatie van de voormalige OTH-radar. Er waren 14 universiteiten betrokken bij de planning van dit onderzoekscentrum. Het voormalige OTH-gebouw bevat nu de controlekamer, kantoren en keuken van HAARP. Verder staan er op het terrein kleinere gebouwen voor meetinstrumenten. Er is een vergunning gegeven om in totaal 180 antennes op de locatie te mogen zetten.

Het HAARP-terrein is in drie etappes gebouwd. Het Developmental Prototype (DP), dat 18 antenne-elementen telde en waar de basistesten plaatsvonden. Filled Developmental Prototype (FDP), met 48 antenne-eenheden en de Final IRI (FIRI), die alle 180 antenne-eenheden bezit. Sinds de zomer van 2005 staan alle antennes op hun plek.

Elk antenne-element[4][5] bestaat uit een gekruiste dipool die kan worden gepolariseerd voor lineaire, ordinary mode (O-mode), of extraordinary mode (X-mode) transmissies en ontvangst. HAARP kan tussen de 2.8 en 10 MHz uitzenden. Het terrein bevat tevens eenfasegestuurdekorte golfzendinstallatie.

Onderzoek

HAARPs primaire doel is wetenschappelijk onderzoek naar de bovenste lagen van de aardatmosfeer, bekend als de ionosfeer. De ionosfeer bevindt zich tussen de atmosfeer en magnetosfeer, en kent een snelle toename in dichtheid van vrije elektronen. HAARP onderzoekt alle hoofdlagen van de ionosfeer.

Het profiel van de ionosfeer is echter zeer variabel, en kan per minuut veranderen. Dit wordt vooral sterk waargenomen bij de polen van de aarde. De ionosfeer is tevens erg lastig te meten. Ballonnen kunnen er niet komen omdat de lucht er te dun is en satellieten kunnen er niet komen omdat voor hen de lucht juist te dik is. Satellieten zouden in dergelijke dikke lucht te veel wrijving ondervinden om genoeg snelheid voor hun baan om de aarde te kunnen behouden. Daarom leveren de meeste experimenten op dit gebied maar kleine stukjes informatie op. HAARP maakt echter gebruik van dezelfde techniek als een ionosfeerbestraler genaamd EISCAT, die zich vlak bij Tromsø, Noorwegen, bevindt. Daar werd geëxperimenteerd met onderzoek naar de ionosfeer middels radiogolven tussen de 2 en 10 kHz. HAARP gebruikt dezelfde functie, maar met meer energie.

 

Het HAARP-project is erop gericht om een 3.6 MW signaal, variërend van 2.8 tot 10 MHz op de HF band, uit te zenden in de ionosfeer. Dit signaal kan zowel in pulsen als in een constante golf worden uitgezonden. Vervolgens wordt het effect van het signaal bestudeerd met instrumenten zoals VHF- en UHF-radars, HF-ontvangers en optische camera’s. Volgens het HAARP team zal dit de studie naar de primaire natuurlijke processen die plaatsvinden in de ionosfeer verbeteren. Met de opgedane kennis van hoe de ionosfeer reageert op radiogolven, kunnen communicatie en navigatiesystemen worden verbeterd.

Kritiek

Al sinds de start van het project is er (soms felle) kritiek geuit op HAARP.

Allereerst is er kritiek op de locatie van het HAARP-terrein. De locatie voor het terrein, een in onbruik geraakte OTH-radar, werd vooral gekozen om politieke redenen. Vanuit wetenschappelijk oogpunt was deze locatie echter ongeschikt. Ook kostte het project veel meer dan soortgelijke projecten elders in de wereld.

Midden jaren 90 begonnen mensen te twijfelen aan de ware doelstellingen van

HAARP. Zo begonnen complottheorieën de ronde te doen dat de antennes op het terrein in werkelijkheid onderdeel zouden zijn van een wapen. Een kleine groep Amerikaanse natuurkundigen uitte hun kritiek in wetenschappelijke tijdschriften als Physics and Society, waarin ze beweerden dat HAARP wel eens onderzoek zou kunnen doen naar het uitschakelen van vijandelijke wapens. Deze kritiek werd versterkt door Bernard Eastlund, een natuurkundige, die enkele van de concepten achter HAARP had helpen ontwikkelen. Hij stelde een wapen voor waarmee met radiogolven van hoge frequenties de elektronen en ionen in de ionosfeer konden worden gemanipuleerd om zo vijandelijke raketten tegen te houden en vijandelijke communicatie onmogelijk te maken. Deze plannen werden echter nooit uitgevoerd, en de aannemers die verantwoordelijk waren voor de bouw op het HAARP-terrein hebben altijd ontkend dat Eastlunds ideeën werden gebruikt bij de bouw.

Verschillende complotsites en -denkers claimen dat het HAARP systeem de oorzaak is van de toenemende wereldwijde droogte, noodweer en andere natuurverschijnselen zoals orkanen en tsunami’s.

In augustus 2002 kwam er kritiek op het project vanuit de Staatsdoema. Deze presenteerde een kritisch rapport over HAARP, waarin werd gesteld dat de Amerikanen bezig zouden zijn met de ontwikkeling van een geofysisch wapen. Deze kritiek was mogelijk het gevolg van de controverse die ontstond toen de Amerikanen zich terugtrokken uit het ABM-verdrag. Punt is wel dat Rusland zelf ook een ionosfeerbestraler bezit genaamd Soera, die net zo sterk is als de HAARP.

Tegenstanders van al deze kritiek beweren echter dat de hoeveelheid energie die door HAARP in de ionosfeer wordt geprojecteerd, minuscuul is ten opzichte van de energie die door zonnestraling en onweersbuien in de ionosfeer belandt.

Ook zouden eventuele manipulaties die HAARP aanbrengt in de atmosfeer binnen een paar seconden weer opgeheven worden omdat de ionosfeer een erg turbulent gebied is.

Bron

Het einde van HAARP?

De Universiteit van Alaska heeft interesse getoond in de installatie, maar wil niet opdraaien voor de onderhoudskosten van 5 miljoen dollar per jaar. Een kwart eeuw geleden stond in het gebied een radarproject van het luchtmacht gepland, maar dat werd nooit voltooid.

De luchtmacht zegt het gebied in de toekomst niet langer nodig te hebben en vindt dat het geld beter ergens anders aan kan worden besteed. “We gaan de ionosfeer op andere manieren aansturen. Daar is HAARP oorspronkelijk voor ontworpen,” zei plaatsvervangend assistent-secretaris van de luchtmacht voor wetenschap en technologie David Walker. “Daarbij wordt energie in de ionosfeer geïnjecteerd om er de controle over te krijgen. Maar dat werk is al afgerond.

Dergelijke uitspraken hebben geleid tot de nodige complottheorieën, waarbij HAARP wordt afgeschilderd als een superwapen dat in staat is tot hersenspoeling of weermanipulatie en orkanen, tornado’s en aardbevingen kan veroorzaken.

Volgens wetenschappers is de mate van controle over de ionosfeer door HAARP te vergelijken met het gooien van een steen in de Grote Oceaan.

HAARP bestaat uit een netwerk van 180 antennes die worden gebruikt om energie richting de ionosfeer te sturen. Vervolgens worden veranderingen in de stroom van geladen deeltjes gemeten. Stevens wist HAARP van de grond te krijgen toen hij nog een aanzienlijke invloed had op het Amerikaanse defensiebudget.

Tijdens een hoorzitting waarbij zes vertegenwoordigers van het Pentagon aanwezig waren, was iedereen het erover eens dat er geen toekomst is voor HAARP. Het laatste project, dat gepland staat voor de maand juni, wordt uitgevoerd door het Defense Advanced Research Projects Agency (DARPA), een instituut van het Amerikaanse ministerie van Defensie dat verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van militaire technologie. Als dat onderzoek is afgerond, gaat de installatie dicht.

Walker zei dat de luchtmacht nog deze zomer wil beginnen met het weghalen van cruciale apparatuur. HAARP is een ‘faciliteit van wereldklasse’, maar het ministerie van Defensie heeft er geen belang meer bij, klinkt het nog.

Bron

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.